Ik heb het gehaald

De eerste dag is over. Mocht je denken “goh dat Vipassana dat is ook wel wat voor mij” realiseer je je dan het volgende:
Hier krijg je echt waar voor je donatie ga je 10 dagen weg dan blijf je ook echt 10 hele dagen van 24 uur weg. Je bent dus al met al samen met dag 0 en 11 twaalf dagen van de straat.
Maar dat terzijde.

De ochtendroutine is bekend want die staat in m’n vorige blog.
Vandaag had ik een ingeving: ik zou eens even iets gaan vragen aan de leraren. Er waren er twee. Eén voor de mannen, waar ik natuurlijk geen toegang toe had en Angelique, een dame van midden 60 waarvan ik hoopte dat zij mij nou eens uit kon leggen hoe het kon dat mijn lotuszit toch echt niet leek op die van haar. We hebben het hier over een soort van kleermakerszit. Ook had ik erg veel spierpijn op allerlei plaatsen. Zij zou hier wel raad mee weten dacht ik zo.

Gedurende de groepsmeditatie moesten we in groepjes van 5 bij de teacher komen die ons dan allemaal een en dezelfde vraag stelde, waar we allemaal braaf op antwoordden. De vraag was: voel je een sensatie op je bovenlip? Kijk, met 100 man in de zaal begreep iedereen wel dat een kort en vooral zacht antwoord op z’n plaats was.
Het werd 12:00 en nu had ik eindelijk heel even voor 5 minuten de teacher voor mij alleen.
Ik legde uit dat mijn knieën toch echt niet naar de grond kwamen en dat ik mentaal kon loslaten wat ik wilde, ze zakten maar niet richting de grond. Mijn knieën staken behoorlijk recht omhoog en de gewilde lotus bleef dus uit. Antwoord: ga zo zitten dat je zo min mogelijk hoeft te verzitten. Ja oké, da’s logisch. Want door te verzitten kwam ik minder diep in de meditatie. Dat ik daar zelf nou niet aan gedacht had. Weet je waarom je daar niet aan denkt? 10 uur per dag ben je bezig om iets nieuws aan te leren. Je doet iets waarvan je hoopt dat het je gaat brengen naar een plek van innerlijke rust. Als er dan een leraar als een lenige kikker op haar kussen zit en nooit beweegt denk je dat dit de enige en snelste manier is om zo’n vrome all-in-control look op je gezicht te kunnen boetseren. Hele logische en simpele antwoorden komen dan niet meer bij je op.

Ik zou zo graag in haar hoofd willen kijken. Zou zij zich nou werkelijk nergens druk over maken? Of had deze teacher stiekem een hele enge Fetisj waar niemand wat van wist of lag ze misschien elke avond wel in een bad met bruine bonen. Wisten wij veel. Ach, zo fantaseer je wel eens wat. In mijn gesprekje met de teacher kwam aan het licht dat ik ongevraagd een (stellage) houten rugsteun in gebruik had. Ze werd plotsklaps erg alert en wees mij er duidelijk op dat dit mij op de lange termijn niet ging helpen. Ik moest zelfstandig leren zitten. Geef de rugsteun terug was de boodschap. Paniek! Het werd zwart voor mijn ogen, ik kon nog helemaal niet zonder rugsteun en 5 minuten spreektijd of niet ik moest en zou rustig de zaal uit lopen met de garantie dat mijn geliefde hulpmiddel er nog zou staan als ik terugkwam voor de volgende martelgang. Jokken mag niet en al helemaal niet tijdens Vipassana cursus, dus zeggen dat ik hem terug zou geven en dat dan niet doen kon natuurlijk niet. Ik legde uit dat ik nu toch echt nog niet zonder het geliefde plankje hout kon. Ik smeekte haar om mij het plankje te laten behouden. Het verlossende woord kwam er uit: nou oké. Maar ze wilde mij terugzien op de zesde dag in het spreekuur. De zweetdruppels stonden op mijn rug want kijk, een lerares Engels tegen je hebben is 1 ding maar een lerares in spirituele zaken tegen de grijze haren instrijken leek mij geen goed idee.

Alles leuk en aardig maar wat ging er dan gebeuren op die zesde dag? Ach wat zou ik me druk maken, eerst maar eens zien of ik dat wel zou halen.

Met een gerust hart ging ik helemaal niet mediteren op mijn kamer. Ik moest eerst eens even bijkomen van al het geluid dat ik had uitgestoten gedurende de 10 minuten die ik had gesproken en geluisterd. Mijn hoofd was er nu al aan gewend om geen interactie met andere mensen te hebben en praten voelde als iets heel raars.
Dat gesprekje bracht veel te weeg. Ik lag lekker op mijn bed. Het was bloedheet en ik wilde schrijven. Hele verhalen had ik met mezelf, de meest goeie grappen bedacht ik dusdanig dat ik mezelf hardop hoorde lachen. Dan realiseerde ik me hoe dat er uit moest zien. Vervolgens zag ik Jack Nickelson in One flew over the cucoock’s nest en dacht aan al die mensen die je weleens in de stad zag lopen die hardop hele gesprekken met zichzelf voerden. Ik kwam hier toch juist om verhelderende inzichten, verlichting, verzachten van mijn lijden en natuurlijk dat grote incasseringsvermogen? Het zou toch niet zo zijn dat ik straks in zo’n gezellig wit pak met gespjes naar buiten werd gedragen. Neeeee, welnee, ik had gewoon pret met mijn eigen karakter en zo ontdekte ik een zeer lollige kant van mezelf die er normaal ook is maar welke ik in het gewone leven eigenlijk alleen projecteer op anderen. Ik had dus niemand nodig om lol te hebben. Want ik kon erg veel lol hebben met mezelf. Toch leuk om te weten. Maar schrijven mocht niet en die nieuwe room mate van mij leek me erg netjes. En ik had er geen zin in om na mijn berisping met het houten plankje nu ook alweer een volgend kruisje achter mijn naam te krijgen

17:00 theepauze

Wij als nieuwe vrouwen kregen thee, heet citroen water en een stuk fruit. Ik smokkelde een halve banaan mee voor de zekerheid want ik had nog geen connecties in de keuken. De oude vrouwen (vrouwen die de 10-daagse al eens hadden gedaan) kregen geen fruit en mochten alleen thee of citroenwater drinken zonder melk. Met een appel en een banaan in stukjes met een lading honing zou ik het hopelijk uit houden tot de volgende ochtend 06:30.
Bij alle maaltijden waren wij (de gezellige chicks) elkaar trouw. We wisselden blikken van geruststelling met elkaar en checkte hoe het met iedereen van ons groepje gesteld was. Het leek veel op een vrouwengevangenis want het werd al erg snel duidelijk dat er niemand anders op ons plekje ging en durfde te gaan zitten. Dit gevoel van tot een groepje behoren gaf steun. Ik had mijn VIP-vriendinnetjes om me heen en dat gaf een lekker gevoel.

18:00 een groepsessie van een uur en dan om 19:00 een lezing die ik volgde in het Nederlands. Want, zo dacht, ik als ik veel wil leren van dit hele gedoe dan maar het best in mijn moedertaal proberen te begrijpen waar 10 dagen je mond houden goed voor is. Zitten op een stoel was alleen al fijn. Het mooiste van de hele lezing was het moment waarop de stem uit de stereo zei: De tweede dag is over. U heeft hard gewerkt, heel hard gewerkt. Dat beaamde ik dan met luid geknik van mijn hoofd. De lezingen duurden een uur en daarna hup een plas doen en terug op je kussen.
Om 21:00 liepen we in een behoorlijk tempo naar onze kamers.
Om 21:15 was iedereen in diepe rust.
Doodmoe was ik van al dat gedenk, gereflecteer, gecontempleer en ook de introspectie zorgde ervoor dat ik als een blok in slaap viel.
Slapen deed ik veel want zodra het mocht sliep ik.