Naar aanleiding van een foto shoot over Black lives matter door Monique Belier werd mij gevraagd om een gebeurtenis uit mijn jeugd op papier te zetten. Dit had meer impact dan ik had kunnen bedenken. Een week lang was ik er druk mee bezig. Emotioneel en op vele andere vlakken. Nadat ik was begonnen met typen kon ik niet meer ophouden dit verhaal zou veel te lang worden gelukkig was daar Lobke die mijn tekst geredigeerd heeft. Dank je Lobke.

Ik groeide op in Bovenkarspel. In de jaren tachtig een wit dorp met her een der een geadopteerd kind. Ik viel dus op als donker kind in een hoofdzakelijk wit dorp. Kennelijk omdat ik opviel, werd ik getreiterd. Het ‘Jij mag niet !’ beperkte zich over het algemeen tot groepen kinderen van buiten mijn hofje aan de Graaf Willemstraat. Buiten mijn hofje kwam ik dan ook niet graag. Fietsen door Broekerhaven of Lutjebroek was geen feest. Hé nikker, vuile zwarte, zwartjoekel en andere creatieve leuzen waren eerder de regel en echt géén uitzondering. Van volwassenen kreeg ik als reactie dat ik het me niet aantrekken moest en wat grote mensen zeiden, was in mijn naïeve kinderogen waar: ik liet het dus ogenschijnlijk maar van me af glijden.

Dat was overigens nog best een uitdaging, want als ik alleen was, probeerden sommige kinderen me weleens van mijn fiets te trekken. Ik ontwikkelde zodoende een sensor en alarmbel voor smoezende groepjes. Als ik zo’n groepje tegenkwam, schoot ik snel een andere straat in of ik reed desnoods een heel eind om. Ik werd dus ook redelijk goed in het vermijden van groepen. Alleen fietsen naar Broekerhaven of Lutjebroek bleef desalniettemin een onveilig plan.

Het treiteren door leeftijdsgenoten was één ding, maar er kwam nog veel meer kijken bij het zijn van een donker kind in een Noord-Hollands dorp. Ik kan niet opnoemen hoe vaak ouders van de gezinnen waar ik thuis kwam mij uit nieuwsgierigheid vroegen waar ik vandaan kwam. Of hoe vaak er iemand aan mijn haar wilde voelen. Het leek erg onschuldig, maar was het leuk? Nee, het was niet leuk. Maar joh, nieuwsgierigheid is toch geen racisme of discriminatie?

Wat dacht je bovendien van solliciteren? Als puber met de achternaam Oud keken mensen vreemd op als ik binnenliep voor het sollicitatiegesprek. Ik bleek niet wat men verwachtte en dat was hen aan te zien. Ik gooide het maar op mijn fluorescerende jas. Daar schrok men zeker van.

Bovenaan de lijst van dingen die ik het meest probeer weg te stoppen, bevindt zich een gebeurtenis die mij zelfs vandaag nog steeds raakt. Ik zal een jaar of veertien zijn geweest. Het was zomer en ik lag samen met andere meisjes te zonnen bij Vermeulen (een grasveldje aan het IJsselmeer). Met een groepje jonge mensen bij elkaar gebeurde het weleens dat vanuit het niets een jongen en meisje met elkaar zoenden. Wij, de meiden, smoesden er dan over en lachten wat af. Ik viel in deze situaties een beetje buiten de boot, want ik zoende nog niet met jongens: jongens vielen immers op witte meisjes met steil haar of soms met een permanentje of coupe soleil. Ik was bovendien niet zo’n populair meisje dat ‘de juiste’ kleding droeg. Ik wist me niet op het juiste moment zogenaamd verlegen, aantrekkelijk uit te drukken. Ik zei altijd wat ik dacht. Ik was wat langer dan de andere meiden, had een andere bouw en was bovendien -het belangrijkste verschil- donker.

Op een middag kwam daar verandering in. Ik zoende met een rossige jongen, die iets kleiner was dan ik. Ik was niet verliefd op hem en hij niet op mij. Het was een nietszeggende zoen. De naam van de jongen kan ik me niet eens meer herinneren. Wat ik me wel kan herinneren is een gebeurtenis die een paar dagen later plaatsvond, naar aanleiding van deze zoen.

In het winkelcentrum Het Streekhof te Bovenkarspel hingen we vaak rond met een zakje snoep gekocht bij de D.A. drogisterij van Gerard Bakker. Ik liep richting de ingang van de Albert Heijn en daar kwamen drie jongens op me af gelopen. Het waren Hans F. en zijn compagnons: drie stoere jongens. Ik ging al wat opzij, maar zij maakten dezelfde beweging en bleven pal voor mij staan. Er ging een dusdanige dreiging van hun houding uit, dat ik wist dat dit niet alleen om bangmakerij ging. Hans sprak nooit tegen mij en ook groeten deden we niet. Het verbaasde me dan ook dat hij tegen me begon te praten. In plat West-Fries liet hij me weten dat ik het niet nog eens in mijn hoofd moest halen om met een van zijn vrienden te zoenen. Wat dacht ik wel? Er kwamen nog wat racistische krachttermen uit en weg liepen ze.

Ik stond perplex. Ik was me van geen kwaad bewust en toch meende Hans. F mij op mijn plaats te moeten zetten en mij te laten zien waar ik thuishoorde. Dat was dus niet zoenend met iemand uit zijn vriendengroep, want dat was eigen en eigen zoende niet met een zwarte. Ik was dus niet vrij om te zoenen met wie ik wilde.

Jarenlang heb ik dit voorval voor me gehouden en verdrongen. Ik heb het niet eens tegen het groepje gezegd waar ik bij stond destijds. Toen Monique Belier mij vroeg een gebeurtenis uit te lichten over het opgroeien als donker kind in een wit dorp, kwam dit naar boven. Het ging hier niet om kattenkwaad, het ging hier niet om een grapje of om nieuwsgierigheid, er waren geen drank of drugs in het spel en ik had niets provocerends gedaan waardoor een dusdanige actie op enig begrip kan rekenen. Met voorbedachte rade heeft Hans F. mij vernederd vanwege mijn huidskleur.

Nu ik dit 32 jaar later herbeleef, kan ik het eigenlijk niet geloven dat ik niet voor mezelf ben opgekomen en dat ik hem er later niet mee geconfronteerd heb. Want who the fuck was hij om mij te vertellen met wie ik wel of niet kan zoenen?! Gelukkig heb ik me door dit voorval niet laten weerhouden met andere blanke en rossige jongens te zoenen. Ik val nu eenmaal op blank en ook op rossig.

Nu ik dit zo schrijf, ondervind ik aan den lijve opnieuw wat het met me doet als ik onrechtvaardig behandeld word. Gelukkig ben ik sterk van geest en niet snel klein te krijgen, maar door die kloteactie van Hans F. heeft het zeker langer geduurd dan nodig om een persoon te worden die vol zelfvertrouwen en optimisme de toekomst tegemoet gaat.
Ik hoop dat ik hem nog eens tegen het lijf loop. Dan zal ik hem vragen wat hij in retrospectie van zijn gedrag vindt. Misschien weet hij het niet eens meer of zal hij het weglachen. Misschien durft hij de confrontatie met mij niet eens aan. Het kan ook zijn dat hij spijt heeft en inziet dat zijn actie grote gevolgen heeft gehad voor mij. Ik hoop oprecht op het laatste.

En dan nog iets: stop met generaliseren! ‘Kun jij niet goed koken dan? Maar jullie hebben dat toch in de genen zitten?’ Het is kwetsend ‘jullie’ te zeggen en dan ‘dat bruine volk’ te bedoelen. Het bruine volk dat goed kan koken, goed kan basketballen en maatgevoel heeft? Verrassing, ik kan niet koken! Ik houd wel van eten, dat dan weer wel. Basketballen is ook niet een van mijn talenten. Maatgevoel heb ik toevallig wel, maar ik ken zat donkere mensen die niet zo goed kunnen dansen.

Gelukkig gaat het vooruit, want er zullen mensen zijn die dit lezen en denken: echt bestaan die mensen nog? Nou ze bestaan, maar langzamerhand sterven ze wel uit. Om dat te bespoedigen, doe ik mee aan dit project. Ik wil een stukje bewustwording aanwakkeren bij jong en oud.

Voor alle mensen die het idee hebben dat een racistisch grapje moet kunnen, weet dat het écht niet kan! Je beschadigt iemand hier onnoemelijk erg mee. Maak een grapje over iemands karaktertrekken of zijn eigenaardigheden, maar niet over de kleur van zijn huid. Wees origineler dan dat!

Na de foto-shoot met Monique Belier heb ik nog even Het Streekhof bezocht en ben ik naar de Graaf Willemstraat gegaan. Na tien minuten was het wel genoeg. Op mijn terugweg naar huis voelde ik mij pas weer op mijn gemak bij het zien van de flats langs de snelweg bij Amsterdam: heerlijk, ik kwam weer thuis.

Thuis is waar ik mezelf kan zijn zonder dat mijn acties worden vergeleken met die van een bevolkingsgroep of een ras. Thuis is een plek waar je gezien wordt als een individu, die niet verantwoordelijk is voor de acties van mensen met dezelfde kleur of komaf. Het zou voor iedereen eigenlijk zo’n goede levensles zijn om mee te maken hoe het voelt een donkere huid te hebben. Dat zou onze maatschappij in één klap een heel stuk vriendelijker maken. Het zou voor iedereen veiliger voelen op straat door wederzijds begrip.

Zie een individu. Of hij nou wit, zwart, bruin, geel of rood is. Zie de persoon áchter de kleur van de huid. Black lives matter, white lives matter, all lives matter.

Christina Oud

redacteur: Lobke Wijga de Groot